Marian Mijnhardt interviewt Katie Klopper
M: Ik wilde je interviewen omdat we elkaar nog niet goed kennen,
ondanks dat we allebei in Otterlo wonen. Ik las op de website dat je in Opperdoes
bent geboren. Waar ligt dat?
K: Het ligt in Noord Holland, tegen Medemblik aan. Ik heb daar tot mijn twaalfde
gewoond. Ik ben na de middelbare school niet direct naar de academie gegaan.
Mijn ouders vonden dat niet goed, ze vonden kunstenaar geen degelijk beroep.
Ik heb als kind altijd getekend en er later op de middelbare school examen
in gedaan. Na school ben ik eerst gaan werken en heb Ad ontmoet. Hij studeerde
aan de Erasmus Universiteit en ik wilde me ook ontwikkelen. Op mijn 21ste
ben ik naar de avondacademie gegaan in Den Haag, 5 avonden per week, 5 jaar
lang. Een van mijn leraren was Auke de Vries, de kunstenaar die voor Ede een
kunstwerk heeft gemaakt. Op de academie heb ik me vooral me toegelegd op schilderen
en grafiek.
M: Was het erg zoeken op de academie?
K: Je krijgt eerst een basisopleiding met van alles. Veel model, portret en
perspectief en je kon ook proeven aan de grafische vakken. Dat ambachtelijke
lag me en alles wat er bij hoort. Grafiek is één van mijn hoofdvakken
geworden.
M: Kregen jullie ook les over de ontwikkeling van je onderwerp?
K: Daar werden we erg vrij in gelaten. Veel was mogelijk, ook in de overgang
van vlak naar ruimtelijk. Ik heb o.a. ook een ruimtelijk afstudeerproject
gemaakt, met een hele fotoreportage erbij.
M: Werd er vooral figuratieve of abstracte kunst gemaakt?
K: Den Haag was een wat schoolse opleiding. Je leerde bijvoorbeeld veel over
verhoudingen en zo. Het is een opleiding met een bepaalde traditie, dat herken
je soms nog wel aan de mensen die er gestudeerd hebben.
M: In Enschede werken ze weer heel anders, daar hebben ze allemaal een tik
van de molen gehad lijkt wel. Je ziet dan toch wel de hand van de leraar.
K: Het is ook een last. Dat geldt voor iedereen. Je moet er ook weer van af
zien te komen.
M: Hoe ging dat na de academie?
K: Ik ben toen niet in een gat gevallen. Ik had al een gezin en kon gelukkig
mijn tijd goed bewaken. Ad en ik vingen de kinderen samen op. Ik had vrij
snel werk aan de Volksuniversiteit in Leiden en gaf ook les bij een ander
creativiteitscentrum in Noordwijk. Daarnaast maakte ik ook vrij werk, etsen
en exposeerde daarmee. Ik ben nu wat gemakkelijker met mijn tijd, het hoeft
allemaal niet zo nodig. Ik wilde al op de academie les gaan geven. Dat was
eerst bij de volksuniversiteit in Leiden, les in druktechnieken. Later zijn
we verhuisd naar Culemborg, daar gaf ik les bij het creativiteitscentrum in
Tiel en omgeving. Ook heb ik heel wat portretten van kinderen gemaakt en bestuurlijk
werk gedaan. Nu geef ik nog les aan de Hogeschool in Ede. Daar kunnen de studenten
voor het vak expressief schilderen kiezen en dan doe ik een aantal blokken.
Het is me nu teveel om het hele jaar door les te geven, dan zou ik te weinig
aan eigen werk toe komen.
M: Ging je later schilderen, naast het grafische werk?
K: In de opleiding waren het vooral zwart-wit etsen, later ook kleuretsen.
Dat gaat met 3 tot 5 platen. Het is heel intensief werk, want je werkt in
spiegelbeeld en je ziet niet wat er gebeurt, omdat op iedere plaat met zwarte
spiritusvernis afgedekt moet worden waar het zuur niet meer mag inbijten.
Een te technisch verhaal eigenlijk om nu allemaal te vertellen.
M: Is dat dan ook heel verstandelijk?
K: Schilderen is veel directer. Het bewerken van de platen is heel rationeel.
Maar je eigen handschrift blijft natuurlijk. Het was heel zwaar en geconcentreerd
werk. Je moet er zeker een week achter elkaar aan werken, anders weet je niet
waar je gebleven bent. Aan een schilderij werk je meer als een explosie. Het
zwaarste werk is het afslaan van de platen en daarna onder zware druk door
de etspers draaien. Ik heb er wel een vertraging op laten zetten, maar het
blijft me te zwaar. Etsen doe je door het bewerken van een zinkplaat. Dat
kan op allerlei manieren. Rechtstreeks in de plaat krassen of in een bad salpeterzuur
leggen en vele andere mogelijkheden. Daarna gaat er een laag inkt overheen.
De overtollige inkt moet er af. Dat doe je met je blote handen. De toplaag
kan met een doek, maar het gevaar is dat je de groeven beschadigt. Dat betekent
dus vier platen afslaan bij een kleurets, dan je papier heel schoon met klemmen
oppakken en per plaat afdrukken.
Lichamelijk werd dat te zwaar door reumatische klachten. Ik zag mijn wereld
instorten, maar gelukkig kon ik toen het schilderen oppakken. Dat was opnieuw
een zoektocht en blijft het. Maar dat heeft iedereen als het goed is.
Later ben ik pas keramiek gaan maken. Dat was ook op advies om mijn vingers
soepel te houden. Het is prettig om te doen, met klei werken is echt ambachtelijk,
maar je gaat veel meer op in schilderen, daar kan ik mezelf helemaal in kwijt.
M: Het viel me op dat de objecten van keramiek zo luchtig zijn.
K: Ze zijn lekker dun, dat is ook de uitdaging. Bij ons huis is een winkeltje
met keramiek, maar we zijn dit naar nog niet open geweest.
M: Jij werkt abstract, ik heb dat nog nooit gedaan.
K: Waarom niet?
M: Ik heb gewoon nog heel veel met de figuratie.
K: Komt dat door je opleiding?
M: Ik mocht op een gegeven moment geen ‘galerieportretten’ meer
maken, maar verder werden we heel vrij gelaten. Ik heb ook les gehad van schilders
die abstract werken en vond die stijl toen oeverloos. Het lijkt gemakkelijk
maar dat is het natuurlijk niet. Het moet een fantastische zoektocht zijn.
Ook inde figuratie heb je zo’n zoektocht.
K: De regels van de figuratie pas je in de abstractie ook toe. Het vrije van
abstractie is het vrije van het denken, om datgene wat je innerlijk bezighoudt
en wat van buitenaf op je af komt te verbeelden. Het is een avontuur om te
kijken wat er gebeurt. Dat gebeurt door beelden te plaatsen en weer weg te
halen. Wikken en wegen.
M: Nu ben ik nog erg met de beeldtaal bezig, die wil ik nog niet loslaten.
K: Vorig jaar kreeg ik een opdracht van een gezin om een schilderij te maken
gebaseerd op de film La vita e bella. Dat was moeilijk omdat een film alleen
maar beelden heeft. En ze wilden wel een abstract werk, met herkenbare elementen.
Het was een hele uitdaging. Ik heb de film vaak bekeken, geanalyseerd, op
artistiek niveau, kleurgebruik, hoe zit het verhaal in elkaar etc. De film
begint heel vrolijk, daarna is er ook veel drama in de film. Als beeldelement
is aan de rand van het schilderij nog een hoed zichtbaar. Ik wilde er voor
waken dat het te dramatisch werd. De familie was blij met het schilderij.
Koffiepauze
We hebben het over Tapies. Een boek met zijn werk ligt bij Katie.
Er is pas een tentoonstelling geweest in Barcelona. Katie heeft een video
van het programma Close-up over Tapies. Ook van Eugene Brands. Is het interessant
voor PEK om deze video’s te vertonen?
K: Ik kijk graag in catalogi, vaak op zondag, het laadt mij op. Doe jij dat
ook?
M: Ik werk vaak tussen de bedrijven door en ben altijd onderwijl in mijn hoofd
bezig.
K: Voor mij gaat het om het opladen, voor het goede gevoel om te ontladen.
Tussendoor opladen gaat automatisch, omdat ik altijd wel structuren zie die
me inspireren.
M: Ik ben altijd aan het associëren, bouwen in mijn hoofd, dat kan tussen
de bedrijven door. Als ik dan tijd heb om te werken, begin ik gewoon.
K: Het gaat mij om de opwinding, van binnen uit.
M: Er zijn van die momenten dat je van die kicks hebt, maar dan ook wel dat
de twijfel weer toeslaat. Euforie afgewisseld met twijfel.
K: Naar goede tentoonstellingen gaan, blijft inspireren. Daar leer je veel
van.
M: Het geeft dan ook weer werkdrift.
K: Hoe komt het dat je altijd bezig wilt zijn?
M: En ook dat ik met grotere dingen bezig wil zijn. Met mijn baan er bij lukt
dat niet altijd. Wij zijn door (leuke) omstandigheden de laatste tijd veel
weggeweest. Bijvoorbeeld op vakantie naar Oostenrijk. Ik heb daar op een jachthoorn
gespeeld en dat lukte wonderwel. Iemand zei dat ik daar mee door moest gaan,
het is natuurlijk geweldig, maar ik wil er niet mee doorgaan omdat het beter
is voor het schilderen te kiezen, anders versnippert alles.
K: Ik heb nu de vrijheid om te kunnen werken en les te geven. Bij de discussieavond
met PEK besef je dat je de luxe hebt om niet gedwongen werk te maken voor
de verkoop. Dat je kunt maken wat je bezielt. Bij die gesprekken met PEK over
kwaliteit dan ontmoet je elkaar. Je krijgt een beter beeld van elkaar ook
al hoef je niet op één lijn te zitten.
M: Het respect voor elkaar is wel gegroeid. Wat eerst los zand was, wordt
nu cement.
K: In de hectische tijd van het begin doe je veel. Nu in het vervolg kun je
veel meer optimaliseren. Bijvoorbeeld nieuw werk bespreken. Positieve en mindere
kanten bespreken kan heel waardevol zijn.
M: We raken binnen PEK zo langzamerhand meer gelijkgestemd. Je kunt je mening
geven. In de groep kun je je wel veilig voelen.
K: Het grafische leidt te veel tot rationeel werk. Ik wil ook
proberen in de grafische techniek de vrijheid te zoeken.
M: Mijn zus is grafisch ontwerpster, zij heeft ooit een workshop gegeven met
één groot stempel met één letter. De mogelijkheden
kwamen steeds meer naar voren, terwijl ik in het begin dacht dat het na een
uur wel helemaal klaar was. Het is heel anders dan zoals ik normaliter werk.
K: Het is soms een beperking dat je een mooi eindproduct hebt, dan zoek je
niet verder. Het moet een proces zijn van ontdekken en mislukken.
Ik ben een denker. Het ergerde mij vroeger dat de maatschappij zo rationeel
was geworden en dat er weinig ruimte was voor gevoel. Dat is ook onderwerp
van mijn werk geweest. Zo dacht ik er toen over, nu weet ik dat het gevoel
ook in het denken zit. De dingen veranderen als je ouder wordt.
M: Ik heb dat denken wat afgezworen, ik werk directer. Bij jou speelt religie
ook een rol.
K: Ik ben religieus opgevoed, een groei doorgemaakt en kennis genomen van
bevrijdingstheologie. Een religie kan heel breed zijn. Je kunt een innerlijke
rust nastreven en vinden.
M: Het geharrewar over religie deed mij afhaken. Ik heb die bevrijding nooit
beleefd. Bij mij is dat stuk weg, ik heb geen zin meer in gedenk daarover.
Ik heb daar afstand van genomen.
K: Nederland is heel calvinistisch daarin. Bij PEK merk je dat ook wel. Mensen
zijn opgegroeid in het calvinisme, dat is niet negatief maar een constatering.
Dat is in heel Nederland het geval, dat is de geschiedenis.
M: Ik heb een schuldgevoel er aan overgehouden.
K: De basis van schuldgevoel, die moraal, hoeft helemaal niets met religie
te maken te hebben. Het kan in het wezen van de mens zitten.
M: Is het een bewuste keus dat religie onderwerp van je werk is?
K: Het is niet altijd een bewust onderwerp voor mijn werk, maar het komt wel
voor. Het zit in mij, ik wil er niet aan ontkomen. De tekst van de Joodse
filosoof Abel Herzberg geldt voor mij voor het scheppend bezig zijn:
Zoals er mensen zijn die zingen,
niet omdat zij willen,
maar omdat een stem in hen oprijst.
Zo zijn er ook mensen die geloven,
niet uit angst en niet uit hoop op beloning,
maar omdat zij krachtens hun wezen niet anders kunnen.
Abel Herzberg
Zo zie ik het, net zoals kunstenaarschap in je zit.
M: Ik kan wel erkennen dat er buiten mezelf een reden achter de dingen zit.
Dat ik blij ben om ’s morgens de dag weer te kunnen begroeten.
K: Precies, dat is al een dankgebed. Soms is het prettig om je gesteund of
getroost te voelen en waar je dat uit haalt, maakt niet uit. Het principe
is natuurlijk dat je er bent voor elkaar. Je leeft niet alleen voor jezelf,
maar ook dat je wat kunt betekenen voor anderen. Van iedere dag genieten,
dat vind ik heerlijk en heel belangrijk. Je moet jezelf ook niet teveel opleggen.
Ook van de kleine dingen kunnen genieten is heel waardevol. Een libel die
voorbij vliegt.
M: Sommige ethische en religieuze vragen zijn voor mij te groot.
M: Een hele andere vraag, die ik me had voorgenomen om aan je
te stellen. Heb jij nog een droom?
K: Een huis in Frankrijk, een huis, veel reizen voor cultuur bijvoorbeeld
naar Tibet, Nepal, Mexico, Syrië, Ik droom er van dat mijn kinderen gezond
en gelukkig blijven. Het lijkt me fijn om oud te worden en door te gaan met
schilderen.
K: En jij?
M: Ik droom wel veel. Ik vind dat mijn leven al heel leuk is. Ik heb veel
kleine dromen, ik wil naar Ierland, het caravanproject dat in m’n hoofd
zit, eindelijk uitvoeren. Als je niet droomt heb je een probleem, maar een
onhaalbare droom is onhandig. Ken je het boek van Coelho: De reis van het
zwaard. Het gaat over een man in Brazilië, die bij een geloofsgemeenschap
is aangesloten en nog een proef moet afleggen om het zwaard te verdienen.
Het heeft van alles al gedaan, maar krijgt het maar steeds niet. Dan moet
hij een reis maken met een soort engel, dat is een reisgenoot waar niets spiritueels
aan lijkt te zitten. Kortom die tocht verloopt heel anders dan dat de hoofdpersoon
zich dat had voorgesteld. De les uit het boek is dat die man alsmaar met het
doel bezig is en vergeet om tijdens de weg te kijken.
K: Je hebt dromen maar je moet keuzen maken om ze te verwezenlijken. Je moet het dan echt willen. Als de dromen te onrealistisch zijn, dan is het soms een vlucht. Wat je werkelijk wilt, daar komt het op aan. Wil je iedere dag schilderen of niet, dat is een keus. Praten over kwaliteit, jezelf op een hoger niveau brengen, dat heeft met willen te maken.